

Hoewel ik geen liefhebber ben van het tv-programma ‘Zomergasten’, heb ik met veel plezier en interesse de uitzending in 2018 met Marleen Stikker bekeken (beluister hier de podcast). Ze was kritisch op verschillende ontwikkelingen rondom het internet en bijvoorbeeld dataverzameling en privacy. In 2019 publiceerde Stikker het boek ‘Het internet is stuk; maar we kunnen het repareren’. Ook hier gaat het over privacy, dataverzameling, de macht van de Big Tech bedrijven, waar we allemaal ‘klant’ (of ‘product’?) van zijn en hoe het internet eigenlijk weer van iedereen moet worden.
* Lees ook: Deze tien vragen helpen je om te kijken of je teveel stress hebt *
Marleen Stikker in Zomergasten over o.a. internet
Marleen Stikker: internetpionier en -activist
Marleen Stikker hield zich al vroeg met de ontwikkelingen van internet bezig en noemt zich ‘internetpionier’. Ze weet duidelijk waar ze het over heeft en heeft ook een actieve rol gespeeld in de oertijd van internet met de ‘Digitale Stad’, dat tot doel had internet breed toegankelijk te maken. In 1994 richtte zijn Waag op dat zich bezighoudt met onderzoek op het gebied van ‘creatieve technologie en sociale innovatie’ aldus de website. Ook was Stikker betrokken bij het idee van de Fairphone, een smartphone die zo eerlijk mogelijk wordt geproduceerd en uit losse elementen is opgebouwd die je zelf kan samenstellen en vervangen.
* Lees ook: Mijn favoriete boeken van 2019 *
De pioniers wilden een internet van en voor iedereen
Dat Stikker weet waarover ze het heeft en als pionier al vroeg betrokken was met alles wat met het internet van doen had, is een kracht maar ook een zwakte in dit boek. Het eerste hoofdstuk gaat over de vroege dagen van internet en is gevuld met onder andere de digitale stad, veel nutteloze anekdotes en namedropping van mensen die voor de meeste lezers van dit boek geen bellen doen rinkelen en ook niet zo relevant zijn. Het eerste deel betoogt volgens mij vooral dat de internetpioniers een open en vrij toegankelijk internet voor ogen hadden dat van iedereen voor iedereen zou zijn. Dat had een stuk korter en krachtiger gekund.
* Lees ook: Dit zijn de 10 basisvoorwaarden voor een waardig en bloeiend leven *
Hoe de consument eigenlijk het product werd
Het tweede deel wordt een stuk interessanter en relevanter. Het bespreekt hoe internet gaandeweg vooral het speelveld lijkt te zijn geworden van de Big Tech en dan vooral de Big Four. Dat zijn Facebook, Amazon, Apple en Google. Het gaat over ongebreidelde dataverzameling. Over hoe we met allerlei handige apps en gadgets niet meer de klanten zijn, maar de producten waarvan steeds meer data verzameld worden.
* Lees ook: Hoe een Facebookpauze de stress in je lijf vermindert *
Ook overheden verzamelen graag gegevens
Het gaat over hoe overheden zich hiervan nauwelijks bewust lijken. Ze ontvangen niet alleen de Big Tech met open armen. Ze maken zelf ook graag gebruik maken van zulke technologie. Het kan gaan om het gebruiken van beelden van camera’s in zogenaamde slimme deurbellen, maar ook om het digitale sleepnet waarbij elke burger verdachte lijkt te zijn en er ongebreideld data verzameld mogen worden. Dit hoofdstuk is behoorlijk ontluisterend en staat in schril contrast met het idealisme waarmee internet ooit werd opgezet door enthousiaste nerds.
* Lees ook: Leid je leven in volle aandacht met deze zeven tips *
Reparatie van het internet is geen sinecure
Het derde deel gaat over hoe we dat internet kunnen repareren. Stikker geeft zelf aan dat dat nog geen sinecure is, maar dat als we willen, we zelf een hoop kunnen doen, als burgers en als internetgebruikers. Daarnaast moeten ook de politiek en het openbaar bestuur in Nederland en het liefst ook internationaal in actie komen om te komen tot betere regelgeving. Voor de lezer komt Stikker met een paar heldere en eenvoudig toe te passen oplossingen om de grote vier en andere dataverzamelaars te omzeilen. Er zijn ook apps en browsers die geen data van je verzamelen. Je kan bijvoorbeeld browsen met Brave, appen met Signal, zoeken met DuckDuckGo en e-mailen met Protonmail of Tutanota. Het werkt allemaal prima, kan ik uit eigen ervaring zeggen. Je hoeft geen doorgewinterde whizzkid te zijn om er mee uit de voeten te kunnen.
Al die ‘smart’ oplossingen zijn juist niet zo slim!
In het derde deel pleit Stikker ook voor het aanpassen van instituties. Overheden zouden bijvoorbeeld niet ook ongebreideld data moeten verzamelen en mogen de Big Four en andere internetbedrijven kritischer benaderen. Stikker noemt bijvoorbeeld Toronto. Daar mocht Google tot haar afgrijzen in een hele stadswijk een ‘slimme stad’ opzetten als een grote proeftuin. Dit alles met medewerking van het stadsbestuur van Toronto. Ze noemt hoe kinderen moeten leren code schrijven, zodat ze snappen wat zich aan de achterkant van de interface afspeelt.
* Lees ook: Dient onze economie ons nog wel? *
De platformeconomie onttrekt waarde


Ook geeft Stikker aan, dat de platformeconomie een ‘extractie-economie’ is die waarde onttrekt aan de samenleving in plaats van toevoegt. Ze stelt vragen bij het steeds meer aansluiten van allerhande ‘smart’ oplossingen. Niet alleen vanwege de dataverzameling en privacy-problematiek. Maar ook omdat al die data heel veel energie slurpen in een tijd dat we toch al de capaciteit van de aarde overvragen en juist zuiniger met onze hulpbronnen moeten omgaan.
* Lees ook: Waarom extreme rijkdom niet goed is voor
maatschappij, milieu en de superrijken zelf! *
Internet en the Big Four als alles opslokkende datamonsters
Stikker heeft absoluut een punt met haar betoog. Het internet is prachtig, maar dreigt ook een alles opslokkend monster te worden. Als het dat al niet is. En het wordt tijd dat we ons daar als gebruikers van internet bewust van worden. Dat laatste geldt ook voor bestuurders en overheden, die de Big Tech te veel hun gang laten gaan. Dat is nooit de bedoeling geweest en het internet zou opnieuw van en voor iedereen moeten worden.
* Lees ook: Minder stress met deze tien goede voornemens *
Goed betoog, maar beknopter was beter geweest
Het enige jammere is dat Stikker veel zijwegen inslaat, vaak eigen stokpaardjes benoemt en er een kleine 250 pagina’s voor nodig heeft om dit betoog op te zetten. Een korter, helderder betoog had in veel minder pagina’s gekund en was dan veel krachtiger overgekomen.
* Lees ook: De kunst van het ongelukkig zijn – boekbespreking *
Op naar digibewuste boeren, burgers en buitenlui!
Dit laat trouwens onverlet dat de inhoud en tendens fier overeind staat en het verdient om gelezen te worden. Niet alleen door burgers om zichzelf te beschermen. Ik heb hier al een klein voorzetje gegeven. Maar vooral ook door de politiek om nieuwe wetten te maken, bestuurders om ze handen en voeten te geven. En ten slotte het onderwijs om de jongeren van nu op te laten groeien tot digibewuste en slimme gebruikers van al die technologische snufjes.